(Deel 42) Weer naar school

In een serie blogs vertelt Johan Massier over de strijd van zijn zoon tegen leukemie. In het dagelijks leven is Johan coach (www.massiercoaching.nl). Hij richt zich hierbij op drie hoofdthema's: leven, loopbaan en leiderschap.


“Ik wil weer naar school”, deelt Peter mee. Ik frons mijn wenkbrauwen en kijk hem vragend aan. “Je hoeft niet zo gek te kijken, hoor, ik meen het.” “Daar twijfel ik niet aan. Ik kijk er er wel van op. Praat me eens bij.” “Ik wil m'n HAVO afmaken”,  zegt hij, “is dat gek?”

“Ik vind zo langzamerhand niets meer gek. Maar hoe denk je dit te gaan doen? Het examenjaar is inmiddels zo ver gevorderd dat je niet zomaar even in kunt stappen en aan kunt sluiten.” Dit snapt Peter ook wel. Maar hij blijkt al even gegoogeld te hebben en heeft daarbij ontdekt dat er in Zwolle een avondschool is. “Maar 's avonds naar school, is dat wel een goed idee?” vraag ik. “Als ik het goed zag, verzorgen ze daar ook dagonderwijs voor mensen zoals ik. Daar kun je misschien ook wel in de loop van het jaar instromen. Dat kunnen we toch vragen?”

We besluiten de mogelijkheid te onderzoeken en praten nog even door over de oorsprong van zijn wens. Deze is vooral gelegen in het verdrijven van de verveling. “Doelloos is zinloos. Ik word zo langzamerhand gek van het niks doen. Ik moet weer een soort van doel hebben. M'n diploma halen is zo'n doel.” Er is geen speld tussen te krijgen. Daar komt nog bij dat ik kan praten als tien Brugmannen, wanneer mijn zoon zich iets voorgenomen heeft, laat hij zich daar niet van afbrengen.

Een paar dagen later melden we ons in Zwolle. Peter legt aan een vriendelijke dame uit waarom hij geïnteresseerd is in het aanbod van deze onderwijsinstelling. Zij luistert geduldig naar wat Peter vertelt. Wanneer hij uitgesproken is, zegt zij: “Daar ben ik toch wel even stil van. Wat een verhaal, of misschien beter: wat een moed. Dat je nu toch je diploma wilt gaan halen. Natuurlijk willen we er met jou alles aan doen om dit tot een succes te maken. Maar we moeten wel even kijken hoe we dat kunnen doen. Vind je het oké dat ik met je oude school contact opneem?”

Peter vindt het allemaal best. Hij is allang blij dat er mogelijkheden zijn.

Zodra we Zwolle uitrijden, zit Peter al snel stil naast me te grinniken. Om vervolgens met de hem zo kenmerkende ironie op te merken: “Gediplomeerd doodgaan, dat doet ook niet iedereen.” Ik ben even sprakeloos, om niet te zeggen verbijsterd, maar zodra ik de kop van mijn zoon zie, barst ik in lachen uit. Wanneer ik weer bij m'n positieven ben, zeg ik: “Jij bent gek, knettergek.” Peter reageert ogenblikkelijk: “Heb ik van jou, ouwe.” En weer lachen we ons tranen. “Ze moesten jou eens zien...” zegt hij. “Ze moesten jou eens horen,” zeg ik.

Wanneer we thuis zijn, vertelt hij zijn moeder het nieuws met een enthousiasme dat ons alledrie vrolijk stemt. Wanneer mijn vrouw en ik 's avonds in bed liggen, genieten we nog even na van dat moment. Ook praten wij over wat er gebeurt en wat dat met ons doet. Aarzelend breng ik in dat we misschien toch bij de eerstvolgende controle in Amsterdam eens moeten vragen of er niet nog eens onderzocht moet worden hoe Peter er nu voor staat. “Ik durf het niet te hopen, maar het gaat zo goed met hem...” zegt mijn vrouw zacht.

Ik kan even niets uitbrengen. In mijn hoofd is vliegen onmogelijke gedachten heen en weer.