De weduwe

Vanuit eigen ervaringen en deskundigheid schrijft Ton Zijderveld over de verlegenheid die we merken in de omgang met het verlies en rouw van de ander en de gevolgen daarvan. Hij geeft met zijn bedrijf www.bulla.nl workshops om die verlegenheid te overwinnen en daardoor met die ander juist een sterke band te onderhouden. 


Een nieuw begin van een nieuw jaar. Dat zou toch energie moeten geven. Waarom ben ik dan toch zo vreselijk moe? Oké,  de kinderen en kleinkinderen zijn nieuwjaarsdag geweest. Ja, dat was druk, maar ook gezellig. Ik kan zo genieten van mijn kroost!

Hè, zit ik nou weer te huilen? Hoe kan dat nou? Ach ja, ik weet het wel. Ik had zo graag gehad dat Piet er ook nog was en er net zo van kon genieten. Wat mis ik het om naar hem te kijken als hij met de kinderen discussieert over de politiek en met de kleinkinderen aan het dollen is. Zoals hij keek naar Milan toen hij hem in zijn armen nam. Ons eerste achterkleinkind en dan die vertederende blik, die traan die uit zijn ooghoek rolde en het stille wiegen.

Pfff. De kinderen vinden dat ik in mijn verdriet blijf hangen. Zou het?

“Dingdong”

Hé, wie zou dat zijn?

“Dag buurvrouw, ik wil u ondanks alles een gezegend nieuw jaar wensen!”
“Hallo Cees, wat leuk! Jij ook gelukkig nieuwjaar! Drink je een bakkie mee?”
“Daar kom ik voor buuf” zegt hij met een guitig gezicht.
“Nou, kom binnen dan want hier is het lekker warm.” Ik loop naar de keuken om twee kopjes koffie te maken. Even kijken wat ik nog aan lekkers heb. O ja, er zijn nog rolletjes over. Zo, alles op het dienblad en dan naar binnen.

“Kijk Cees, lekker bakkie met zelfgebakken rolletjes.”
“Lekker buuf! Die van u zijn zoveel lekkerder dan uit de winkel.”

Cees pakt een rolletje en vult hem met de slagroom. “Alstublieft” en geeft het aan mij. “Zeg buuf, hoe is het nu met u? Hoe waren de feestdagen?” vraagt hij en vult ondertussen nog een rolletje. “Wel gezellig!” zeg ik. “2e Kerstdag zijn Klaas en Griet geweest met twee van hun kinderen. Nieuwjaarsdag is iedereen geweest. Ook Paula en Henk met de kleine. Dat is zo’n lief kereltje Cees.”

Cees kijkt me aan en blijft stil. Mijn ogen dwalen naar zijn portret.“Het was wel druk en ik heb ook heel erg genoten. Maar ik mis Piet nog steeds. De kinderen vinden dat ik in mijn verdriet blijf hangen. Wat denk jij?” Cees kijkt nadenkend en dan moet ik altijd even wachten. “Vindt u zelf dat u achter de geraniums blijft zitten?” Of ik blijf hangen in mijn verdriet? “Nee, ik heb zelfs geen geraniums, want ik vind ze niet mooi. Nee, ik ben wel veel met het gemis bezig, maar ik ga er ook op uit. Naar de kinderen en kleinkinderen natuurlijk, boodschapje doen. Elke week drinken we met de oudjes van de buurt een bakkie. Ja, ik doe echt mijn best om te leven zonder Piet.”

“Hoelang zijn buurman en u samen geweest?”
“52 jaar.”
“52 jaar samen. Lief en leed gedeeld. De kinderen grootgebracht, kleinkinderen zien komen en opgroeien en zelfs jullie eerste achterkleinkind al. Wat denkt u zelf, zou de rouw dan in anderhalf jaar over kunnen zijn?”

Ik merk een beetje opluchting bij mezelf. Je gaat toch een beetje twijfelen aan jezelf als je vaak hoor dat je door moet. “Dus jij denkt dat het normaal is dat ik er nu nog zoveel mee bezig ben?”
“Buuf, u loopt elke dag tegen het gemis aan, ik zou het raar vinden als u er níet zo mee bezig was!”