Achter de deuren van de dood (deel 9: de kistenmaker)

Er hangt een zweem van mysterie en onbekendheid rondom het werken in de uitvaartbranche. Alles rondom de dood is sowieso voor veel mensen een lastig onderwerp, laat staan als je er je beroep van hebt gemaakt. Wat beweegt iemand om het laatste afscheid van een persoon als werkterrein te hebben? Wat houdt het vak in? Is het een roeping, een bewuste keuze? Wat betekent het voor je persoonlijke leven als je in de uitvaartbranche werkt? In deze serie spreekt Cick Geers met mensen die hun werk uitvoeren rondom de dood. 


Rinke de Vos (1973) is een actief mens. Hij werkt meer dan graag met zijn handen, en dan het liefst in de natuur, zoals hij zelf aangeeft. Rinke studeerde MTS werktuigbouwkunde, werkte gedurende langere tijd in de bouw en had zelf een klussenbedrijf. ‘Het sterven van mijn stiefvader in 2013 was voor mij de aanleiding om mijn eerste uitvaartkist te maken. Hij hield, net als ik, van hout. Na zijn overlijden was het voor mij dan ook niet meer dan logisch dat ik zijn kist zou maken. Op tweede kerstdag stond ik te timmeren… het verwerkingsproces was begonnen… Ik heb hem zelf opgebaard in de door mij gemaakte kist’.

De reacties op de eerste kist die Rinke maakte, waren overweldigend. De robuuste kist met de dragers van takken trok veel aandacht. ‘De kist was precies zoals mijn stiefvader was; robuust en mooi in zijn eenvoud’, vertelt Rinke. ‘Het duurde echter nog 1,5 jaar voordat ik er definitief mijn beroep van maakte’. De kisten die De Vos met zijn bedrijf maakt zijn altijd massief. Samen met de familie kiest hij het materiaal en de wijze van afwerking. Soms krijgt hij ook een verzoek van de uiteindelijke gebruiker zelf. ‘Ik ga dan samen met diegene zitten, neem zijn wensen op en ga samen met hem of haar op zoek naar een boomstam. Ik maak de kist en hou ‘m hier opgeslagen tot het moment daar is. Voor veel mensen is het een geruststelling te weten dat dit geregeld is’. Rinke houdt even zijn adem in en gaat dan verder.  ‘Hout is zo’n mooi product, de kist kan door de bewerking echt de afspiegeling van het karakter van de overledene weergeven! Iedere kist is maatwerk en uniek’. Het vervaardigen van een compleet nieuwe kist neemt ongeveer twee dagen in beslag. ‘Ik hou de familie op de hoogte van dat wat ik doe. Als zij dat willen natuurlijk’, gaat Rinke verder. ‘Ik kan foto’s sturen zodat ze kunnen zien hoe het werk vordert’. Ook de bekleding van de kist wordt door Rinke zelf gemaakt. ‘Ik ben inmiddels aardig handig met de naaimachine’. Rinke glimlacht wanneer hij de zin uitspreekt.

Niet iedereen laat de kist vanaf de boomstam maken. Rinke heeft ook volhouten standaard kisten op voorraad die hij met een kleine aanpassing toch een persoonlijke touch kan geven. Dragers van takken, handgrepen van touw, een aangepast interieur of een geschuurde afwerking; in overleg is er veel mogelijk bij de vriendelijke ondernemer uit Elst.

Zijn bijzondere werk betekent veel voor Rinke. ‘Ik ben continu bezig met de dood. Dat brengt mij ertoe dat ik meer stil sta bij het leven. Ik geniet bewust van mijn gezin en het voorrecht dat we hier zo heerlijk vrij en buitenaf mogen wonen. Ik doe waar ik voldoening van krijg. Mijn werk geeft me dat. Iedere uitvaartkist groeit onder mijn handen, ik ervaar het als dankbaar werk. Natuurlijk heb ik de steun van mijn gezin; ik moet immers ook mijn emotie kwijt. Dat kan ik bij hen. Niet iedereen waar ik een kist voor maak kijkt terug op een mooie leven of is van ouderdom gestorven, er zijn ook echt hele heftige situaties bij. Dat is soms weleens lastig. Ik ken de overledene weliswaar meestal niet, maar omdat ik zoveel van de familie hoor komt het wel dichtbij’. Achteraf krijgt Rinke vaak mooie reacties. ‘Het is fijn om te merken dat mijn kist bijdraagt aan het verwerkingsproces waar de achterblijvers doorheen moeten’. Soms maakt Rinke voor de familie nog een aandenken aan de uitvaartkist. Van het overgebleven hout timmert hij dan een tuinbankje, een kastje of een fotolijst. ‘Dat vind ik gewoon mooi, iets bijzonders voor de familie. De kist gaat weg, dit blijft…’.