In gesprek met mezelf (Deel 8)

Rik de Jonge is nog maar 15 jaar oud als hij in 2012 afscheid moet nemen van zijn moeder. Nu, vijf jaar later, blikt Rik in een serie persoonlijke blogs terug op hoe hij deze tijd beleefd heeft. Riks 'gesprekken met zichzelf' zijn herkenbaar, aangrijpend en geven altijd stof tot nadenken. Maar boven alles: ze komen recht uit zijn hart.


Al die jaren ben ik bezig geweest met geld. Op jonge leeftijd mocht ik voor de zaak van mijn ouders kleingeld halen bij de bank, geld afstorten en helpen de kassa opmaken. Dikwijls zag ik een grote stroom contanten aan mijn neus voorbij gaan en dat alles wat we nodig hadden zomaar kon worden gekocht. Nieuwe fiets? Kwam er. Laptop? Tuurlijk. Op een gegeven moment zou je het besef van waarde bijna verliezen. Bijna. Want in februari 2012 veranderde alles.

Op school vroeg iemand het aan me: is de zaak van je ouders failliet? Ik had geen idee en zei dat het zeker niet waar kon zijn. Later die middag kwam ik bij pap op kantoor en ik moest de deur even achter me dicht doen. Nog nooit had dat gemoeten en hij keek me indringend aan. ‘Is het echt zo?’ ‘Ja, maar we proberen nog even open te blijven.’ Wat nou open blijven? Na dertig jaar ondernemerschap zo’n einde? Wat zou het met mam doen, wetende dat de tumor weer terug aan het komen was. Die week was ik bezig met dozen vol parfum te pakken, met de bedoeling deze terug te sturen naar de schuldeisers. Onder de carport bij ons thuis stond ik met die hele vracht, me totaal niet bewust van het feit wat ik die uren ervoor in m’n handen had gehad. Producten waar ik mijn enorm verwende jeugd aan heb te denken en die ons al die jaren van een goed leven hadden voorzien. Dat was het moment dat materialisme een totaal andere betekenis krijgt: niet zozeer de spullen, maar het besef van waarde van die spullen drong tot me door. Niet de financiële waarde; meer dat we aan al die producten het riante huis, de auto en alle keren uit eten en vakanties hadden te danken.

Geld en (financiële) onafhankelijkheid is in die tijd erg belangrijk voor me geworden. Zeker nadat mam overleed en ik het gevoel kreeg dat ik voor mezelf moest zorgen. Nog een reden om veel te gaan werken en flink te sparen. Van haar hoefde het niet zo, al die materialistische uitingen van een goed leven. Liet haar maar gewoon naar een restaurantje in Hoogeveen of Ommen gaan – ze zou zich prima vermaken. Ze heeft het weleens gezegd: ‘hadden we de zaak in Zuidwolde en het huis in het dorp nog maar.’ Lekker kneuterig en overzichtelijk, maar met een prima resultaat. Tot aan het faillissement heb ik altijd de zaak willen overnemen en ik vond het geweldig dat de winkel in Zuidwolde werd geruild voor die in Hoogeveen. Net wat groter en drukker. Ik zag mezelf er al helemaal staan en was er vaak te vinden.

Nu, achteraf, ben ik blij dat ik het faillissement heb meegemaakt, want ik weet hoe je van alles naar  veel minder – ik zeg bewust geen ‘niets’ – kunt gaan. Het ondernemerschap kent vele kanten en je moet je goed realiseren dat je vierentwintig uur per dag verantwoording en risico draagt voor die toko. Ook op vakantie, tijdens inbraken en bij gebrek aan vakmensen. Mam zei het een paar maanden voor het faillissement: ‘we verkopen de hele zooi en ik ga lekker een paar ochtenden bij de bakker werken.’ Ik hou er nog steeds van, dat simplistische en kneuterige. Máár, wel met een flinke scheut van mijn verwendheid.