Naar waarheid gesproken...

Spreek je naar waarheid als je toespraak is gebaseerd op informatie die je van betrokkenen krijgt?

Begin september vroeg ik hen het ja-woord. Temidden van familie en vrienden namen zij elkaar tot echtgenoten. Zij kenden elkaar nog niet zo heel erg lang maar lang genoeg om te weten dat zij met elkaar wilden trouwen. In ons gesprek kwam er natuurlijk van alles aan de orde, hoe zij elkaar hadden leren kennen en wat zij verwachtten van de toekomst. Dat ging over relatief korte tijd, de artsen gaven hem nog een jaar. Of misschien twee.

Als trouwambtenaar voel je de onderstromen wel in een gesprek, daar waar die je niet verteld worden. Tijdens de ceremonie komen daar vaak de nodige indrukken bij. In dit geval rees bij mij, op basis van die onuitgesproken zaken, de vraag hoe zijn familie stond tegenover deze verbintenis. Niet relevant voor het huwelijk; beide partners stemden volmondig in en dat was genoeg. Niet lang na de huwelijksvoltrekking, kwam mij ter oren dat de bruidegom was overleden, heel veel eerder dan verwacht. Ik belde de bruid om haar te condoleren en om te informeren hoe het met haar ging. In dat gesprek kwam de vraag of ik wilde spreken op de uitvaart. Aan dat verzoek wilde ik wel voldoen en zo gingen wij weer met elkaar in gesprek.

Waar bij hun huwelijksvoltrekking zij als bruidspaar centraal stonden, had ik hier te maken met meer nabestaanden, dan alleen de weduwe met wie ik in gesprek was en die mij de informatie verstrekte die zij in de toespraak wilde hebben. Haar waarheid. Informatie genoeg, maar deed ik recht aan de andere nabestaanden? Deed ik recht aan alles wat belangrijk was voor de overledene? Aan wat hij meemaakte voor hij haar kende? Aan de band die hij had met broers en zussen? Gewikt en gewogen heb ik, tijdens het maken van de toespraak. Ik dacht terug aan de bruidegom van enkele weken terug en het gesprek dat wij met elkaar hadden gehad. Wat was er gezegd en wat niet? Welke informatie, voor de trouwtoespraak niet relevant, had ik gekregen in dat gesprek? Samen met gezond verstand en inlevingsvermogen in andere mensen, in relaties die zij met elkaar hebben, kwam mijn toespraak tot stand. Ik kreeg de goedkeuring van de weduwe.

En toen brak de dag van de uitvaart aan. De weduwe en haar familie zaten aan de ene kant van de zaal, de andere nabestaanden aan de andere kant. Wat ik voelde tijdens de huwelijksvoltrekking werd bevestigd in wat ik hier zag. Het voelde voor mij alsof het afscheid dat de broers en zussen konden nemen van hun broer, gedeeltelijk bepaald werd door mijn toespraak. De manier waarop je de toespraak brengt, waar laat je een stilte vallen, wie kijk je aan op welk moment, dat alles en nog veel meer, draagt bij aan de betrokkenheid die mensen ervaren, aan de erkenning die zij krijgen voor hun band met de overledene.

De weduwe was blij en meer dan tevreden, vertelde zij mij na de plechtigheid. Daarmee was ik natuurlijk blij. Het grootste compliment kwam voor mij van de broers en zussen: wat had ik hun broer recht gedaan met mijn toespraak.

Naar waarheid gesproken.