Achter de deuren van de dood (deel 7: de thanatopracteur)

Er hangt een zweem van mysterie en onbekendheid rondom het werken in de uitvaartbranche. Alles rondom de dood is sowieso voor veel mensen een lastig onderwerp, laat staan als je er je beroep van hebt gemaakt. Wat beweegt iemand om het laatste afscheid van een persoon als werkterrein te hebben? Wat houdt het vak in? Is het een roeping, een bewuste keuze? Wat betekent het voor je persoonlijke leven als je in de uitvaartbranche werkt? In deze serie spreekt Cick Geers met mensen die hun werk uitvoeren rondom de dood. 


Thanatopraxie, ik had er nog nooit van gehoord. Van balsemen weer wel, maar daarbij dacht ik toch echt aan de Egyptische Farao’s. Bij de gedachte alleen al liepen me de rillingen over mijn lijf. Organen verwijderen, vloeistof inspuiten en een lichaam dat verandert in perkament... John Meijer ten Hove helpt me direct uit de droom. ‘Thanatopraxie is tijdelijke balseming; een vorm van overledenenverzorging waardoor het lichaam zonder koeling tot circa tien dagen na het overlijden toonbaar blijft. En nee, we verwijderen geen organen’.

John is sinds 2011 werkzaam in de uitvaartbranche en sinds 2014 gediplomeerd thanatopracteur. Hij volgde zijn theorieopleiding in Nederland en liep stage in Engeland; het land waar balsemen vrijwel standaard uitgevoerd wordt na een overlijden. De vriendelijke Nijmegenaar heeft samen met zijn echtgenoot Ed een uitvaartonderneming. John beaamt dat thanatopraxie voor veel mensen iets griezeligs heeft. ‘Maar dat is het absoluut niet! Het is een tijdrovende, specialistische en voor velen nog onbekende materie, maar het resultaat is prachtig. Het lichaam gaat minder hard achteruit’. Op mijn verzoek legt John de procedure uit. Hij doet dat opvallend technisch en respectvol; ik merk dat met professionele afstand over zijn werk kan praten, maar ook dat hij echt vol overtuiging dit vak uitoefent.

‘Laat ik beginnen te zeggen dat thanatopraxie het meest geschikt is bij een thuisopbaring. Je hebt dan geen koeling meer nodig. In de ruimte waarin de overledene ligt, kan ook gewoon de verwarming aan(blijven). Ligt iemand een paar dagen bij een uitvaartcentrum en wordt daar afscheid genomen, dan heeft balsemen eigenlijk geen toegevoegde waarde’, steekt John van wal. ‘Ik maak eerst twee kleine incisies in de nek. In de aders laten we, met behulp van een pompje, vervolgens ongeveer 6 liter hydraterende vloeistof lopen waarin conserveringsmiddel is verwerkt. Je ziet dan iemands natuurlijke kleur langzaam weer terugkomen. Door middel van lichte massage wordt de vloeistof verder verspreid en verdwijnt ook de lijkstijfheid. De afvalstoffen hebben inmiddels hun weg gevonden naar het hart en de buikholte. We pompen de afvalstoffen via een lange naald op die plekken af. De buikholte vullen we vervolgens met vloeistof’(de buikholte is de plaats waar de ontbinding het eerst plaatsvindt, red.) John licht de procedure verder toe. ‘Ik eindig altijd met het hoofd van de overledene, de balseming daarvan doe ik nooit tegelijk met het lichaam. Het gezicht is het meest kenmerkende van een persoon, ik besteed daar heel veel aandacht aan. Voor het balsemen van het hoofd gebruik ik weer de incisies in de nek’.  Na de balseming hecht John alle incisies en is de overledene gereed om aangekleed te worden. 

John ervaart veel voldoening uit zijn werk. ‘Het ontroert me, niet zozeer de overledene als wel het gevoel dat de familie me geeft door hun vader, moeder, zoon of dochter aan mij toe te vertrouwen’. Ik vraag me af of thanatopraxie duur is. John glimlacht. ‘Nee, het is echt vergelijkbaar met regulier opbaren.  Het bedrag dat je bespaart met o.a. de koelinstallatie thuis besteed je aan balseming. Kostentechnisch ligt het allemaal erg dicht bij elkaar’. Tot slot wil ik van John weten hoe het voor de familie is wanneer hun overledene gebalsemd wordt? ‘Nabestaanden reageren nagenoeg altijd positief’, reageert John. ‘Hun overleden dierbare is ineens aaibaarder geworden, als ik het zo mag omschrijven. Dat is overigens ook het enige nadeel dat ik kan bedenken. Normaliter vinden nabestaanden het na een paar dagen wel tijd dat de uitvaart plaatsvindt. De overledene gaat er minder goed uitzien. Omdat dat dit bij balseming niet het geval is, vinden mensen het nogal eens lastig om na een aantal dagen de kist te sluiten en voor altijd afscheid te nemen. De overledene ziet er immers nog zo goed uit. Maar goed, dat zie ik dan maar als een compliment voor mijn werk’, besluit John zijn verhaal.