Achter de deuren van de dood (deel 3: de draagster)

Er hangt een zweem van mysterie en onbekendheid rondom het werken in de uitvaartbranche. Alles rondom de dood is sowieso voor veel mensen een lastig onderwerp, laat staan als je er je beroep van hebt gemaakt. Wat beweegt iemand om het laatste afscheid van een persoon als werkterrein te hebben? Wat houdt het vak in? Is het een roeping, een bewuste keuze? Wat betekent het voor je persoonlijke leven als je in de uitvaartbranche werkt? In deze serie spreekt Cick Geers met mensen die hun werk uitvoeren rondom de dood. 


‘Ieder mens wordt voor zijn of haar geboorte gedragen door een vrouw. En wanneer dat leven over is, zijn het wederom vrouwen die je naar je laatste rustplaats dragen. Vrouwen dragen je het leven in en het leven uit’.  Deze prachtige tekst staat geschreven op de website van Het Draagstersgilde. Ik lees het en het voelt als vanzelfsprekend. Het Draagstersgilde: een bijzondere groep van 19 vrouwen die als draagster een overledene begeleiden bij de laatste reis.

Helen Mainasse werkt sinds 2015 als draagster. ‘Het uitvaartwezen heeft mij altijd al geboeid, maar het kwam er nooit van om er mijn beroep van te maken. In 2015 kwam ik op een punt in mijn carrière dat de mogelijkheid voorbij kwam. Ik legde contact met het Draagstersgilde en wist het meteen: hier hoor ik bij!’ Helen legt uit dat Het Draagstersgilde geen bedrijf is; het is een vereniging, ontstaan in 2001 uit een groep vrouwen die gezamenlijk vonden dat ‘ze dit moesten gaan doen’. Heel intuïtief, als een soort roeping. ‘En zo is ook hoe ik het ervaar’, vertelt Helen.

Het Draagstersgilde wordt veelal ingehuurd door de uitvaartondernemer. Vaak is deze door de familie van de overledene geattendeerd op de dames. ‘Je weet niet altijd wie je in- en/of uitdraagt. Ik vind het persoonlijk prettig om een beetje achtergrondinformatie te hebben. Zo kan ik, ondanks het toch wat onzichtbare karakter van ons werk, toch meer betrokkenheid tonen’, gaat Helen verder. ‘Het is een redelijk zwaar beroep, zowel fysiek als emotioneel. Natuurlijk raak je, na zoveel uitvaarten, wel gewend aan verdriet van de nabestaanden (Een draagster is gemiddeld 3 x per week in actie, red.). Maar het blijft toch iedere keer weer binnenkomen. Je maakt  wel onderdeel uit van iemands afscheid; je wilt het goed en respectvol doen. Het kan maar één keer.’ Helen haalt diep adem. Ik merk aan haar dat ze haar werk vol overtuiging en gevoel doet.

Wanneer je met zes personen de kist met de overledene draagt moet ook het lopen op elkaar zijn afgestemd.  Helen legt uit: ‘We zijn goed op elkaar ingespeeld. Vooraf nemen we met de uitvaartleider door hoe de uitvaart verloopt; wat verwacht hij/zij van ons? Gaat het om in- en/of uitdragen, verzorgen we de bloemen en hebben we bijvoorbeeld daarnaast de rol van gastvrouw? Voor wat betreft het dragen bespreken we of het de bedoeling is dat we een langzame tred hebben of dat we wat steviger moeten doorstappen.

We hebben inmiddels ook een eigen ‘pas’ ontwikkeld: de Koninginnepas. Dit is een wat tragere loop met een kort tussenstapje. Het is een klassieke pas; we horen dat het erg stijlvol en ceremonieel oogt. Het past gewoon echt bij sommige  uitvaarten…’

De draagsters worden niet alleen ingezet bij begrafenissen. ‘Al is dat wel bij het merendeel van ‘onze’ uitvaarten het geval’, vult Helen aan. Zelf zou ze graag zien dat ook bij crematies wat meer van draagsters of dragers gebruik gemaakt zou worden. ‘Het is veelal gebruikelijk bij crematies dat de overledene via een achterdeur de aula in gereden wordt. De familie komt dan via de hoofdentree. Daarnaast hoeft de gang naar het graf natuurlijk niet gemaakt te worden. Dat geeft dat een crematie vaak wat soberder oogt dan een begrafenis. Maar het kan ook anders. De overledene kan bij een crematie ook ingedragen worden. Als je kiest voor soberheid is dat natuurlijk goed. Je moet het vooral doen zoals je het zelf als familie wenst. Maar het is goed te weten dat er meer mogelijk is en dat wij als draagsters ook bij crematieplechtigheden inzetbaar zijn!’.

De draagsters werken tot hun 65e. Dat is onderling afgesproken. De grens van 65 heeft te maken met de zwaarte van het beroep en de wens van de vereniging om te blijven verjongen. ‘Dragen is fysiek belastend. Je moet echt sterk zijn. Soms moet je ver lopen of lang staan met de overledene op je schouders. We delen weliswaar het gewicht met ons zessen, maar het blijft een krachtsinspanning die je moet leveren. Daarnaast vinden we het belangrijk dat we vrouwen hebben uit alle leeftijdscategorieën. Nieuwe draagsters zijn dan ook van harte welkom, besluit Helen haar verhaal met een glimlach.’

 

fotocredits: Het Draagstersgilde