Ik wou dat hij dood was...

Vanuit eigen ervaringen en deskundigheid schrijft Ton Zijderveld over de verlegenheid die we merken in de omgang met het verlies en rouw van de ander en de gevolgen daarvan. Hij geeft met zijn bedrijf www.bulla.nl workshops om die verlegenheid te overwinnen en daardoor met die ander juist een sterke band te onderhouden. 


Remco stapt van zijn fiets af en bij de schutting van zijn oude studiegenoot gaat hij binnen en zet zijn fiets op slot. Dan loopt hij naar de achterdeur, doet die open en stapt binnen onder het roepen van zijn bekende: “Daar is ie weer!” Sinds hun studie komen ze als vrienden elke maand een keertje koffie drinken bij elkaar.

Hij loopt door de keuken en stapt de kamer binnen. Lenie zit op de bank met Bassie haar Chihuahua op schoot. Ze veegt snel wat tranen weg.

“Volgens mij kom ik precies op tijd.” Lenie begint spontaan weer te huilen. Remco laat zich in een stoel zakken en wacht rustig af. Als het snikken langzaam stopt vraagt hij wat er is. “Ik wou dat hij dood was!” Remco, toch altijd de rust zelve, zet grote ogen op “Pardón?” “Je hoort me toch?” “Ja, ik heb je gehoord” zegt Remco, “en daar was geen woord Spaans bij.” Hij gaat weer achtover zitten en vraagt dan: “Hoe dat zo?”

Strijdlustig zegt ze: “Nou, wat gebeurt er als iemand dood gaat, wat doen mensen dan?” Remco kijkt haar nadenkend aan en zegt langzaam: “Dan komen ze condoleren.” “Ja!” reageert Lenie “En ze sturen kaartjes en komen langs en spreken je aan om te vragen hoe het met je is en vragen je voor een gezellig avondje!” Ze haalt even adem en gaat dan verder. “Ze geven je dus aandacht en zijn je tot steun. Niet alleen de eerste weken, maar ook in de maanden en jaren daarna nog! Maar nee, die van mij leeft nog dus ik ‘moet niet zo moeilijk doen, die dingen gebeuren nou eenmaal’” zegt ze sarcastisch. “Alsof ik geen verdriet heb, geen pijn, geen gemis, ‘s avonds geen behoefte heb aan een schouder na een dag jengelende kinders om me heen. Nee, ‘wees blij dat je van hem af bent’. Maar dat ben ik niet! Ik hou nog van hem!”

“Koffie?” vraagt Remco met een quasi opgewekt gezicht. Ze kijkt hem fronzend aan, maar dan breekt er een kleine lach door. “O sorry, ik laat je helemaal verdrogen. Arme kerel. Ik zal even de machine aanzetten.” Ze staat op, zet Bassie bij hem op schoot en loopt naar de keuken. Remco aait de hond en denkt intussen na over wat ze gezegd heeft en de felle emoties die meeklonken. Niet alleen de boosheid, ook die anderen. Lenie komt terug met twee heerlijk geurende cappucino’s. “Sorry hoor Remco dat ik het zo afreageer op jou.” Hij kijkt haar guitig aan en zegt: “Het houdt ónze relatie in ieder geval levendig!” Dan serieus:
 Ach joh, je weet dat ik het wel kan hebben.”

Ze lacht wat verlegen. “Ja, dat weet ik. Maar ik vind het niet eerlijk om mijn gevoelens op jou af te reageren. Ik zou het eigelijk tegen de mensen moeten zeggen. “Wat let je?” vraagt Remco. “Ik ben bang om ze van me te verwijderen als het er zo fel uitkomt". Hij kijkt haar nadenkend aan en zegt dan: “Bang dat ze je niet meer aanspreken?” “Ja! … Eh ….” Ze begint wat te lachen reageert dan: “Maar dat doen ze toch al niet, dat bedoel je toch?” Remco lacht voluit: “Precies! Gooi het maar open. Daar bereik je meer mee dan het verzwijgen.”

“Waf, waf” Ze lachen allebei: “Bassie is het er mee eens!”