Boekdelen zijn zilver, vragen is goud

Vanuit eigen ervaringen en deskundigheid schrijft Ton Zijderveld over de verlegenheid die we merken in de omgang met het verlies en rouw van de ander en de gevolgen daarvan. Hij geeft met zijn bedrijf www.bulla.nl workshops om die verlegenheid te overwinnen en daardoor met die ander juist een sterke band te onderhouden.


Remco besluit vanavond eens met Lieset te praten. “Zal ik appen of ze thuis is? Nee, ik probeer het gewoon en anders heb ik mijn wandeling voor vandaag er weer opzitten.” Op de bonnefooi wandelt hij naar haar leuke appartementje in de stad en belt aan. Het blijft stil.

“Shit, had ik nu toch moeten …” De deur gaat open en Lieset ziet hem en haar mooie lach breekt haar gezicht open. “Ha Rem! Kom binnen joh. Gezellig dat je even langskomt. Ik zat net te denken wie ik vanavond eens zou bellen om samen de avond door te brengen.” Remco lacht mee en zegt: “Nou dat word ik zei de gek!” en geeft haar twee dikke zoenen en een knuffel. Als ze elk met een bak koffie bij tafel zitten en wat kleinvee langs hebben laten komen, is de dominee de volgende in de stoet. In de stilte kijkt Lieset hem aan en vraagt ongerust: “Wat is er?” “Nou” zegt Remco “ik wil je eigenlijk iets vertellen en vragen en zat te bedenken hoe ik dat het beste kan doen.”

Met een liefdevolle glimlach zegt Lieset “Remco de denker!” Remco lacht wat en kijkt haar dan recht aan en begint: “Lies, gisteravond was ik weer eens bij Marloes binnengewipt. Ze vertelde me dat iemand haar pijn had gedaan.” Lies veert op: “Wat, wie en hoe? Ze heeft al genoeg te verwerken!” Remco knikt begrijpend “Dat is nou precies mijn punt. Je vraagt hoe? Ze vertelde dat diegene haar aansprak in een winkel, dat ze blij was die ander te zien en vooral dat ze aangesproken werd. En dat laatste verraste mij.” “Ja, waarom?” “Dat vroeg ik haar ook en ze zei: “Rem, je wilt niet weten hoeveel mensen me niet meer durven aan te spreken nadat Leo de diagnose kanker heeft gekregen. Alsof ik een besmettelijke ziekte bij me thuis heb zitten!” de tranen sprongen haar daarbij in de ogen.” “Belachelijk” reageert Lieset, “je kan nog gewoon met haar praten hoor!”

Remco kijkt haar nadenkend aan en zegt dan: “Hoe komt het denk je dat diegene die haar aansprak in de winkel haar dan toch pijn gedaan heeft?” Lieset kijkt hem even niet begrijpend aan, vertoont dan denkrimpels en terwijl ze blosjes op de wangen krijgt zegt ze langzaam: “Geen idee.” Remco last even een pauze in voor hij zegt: “Omdat ze niet vroeg hoe zíj omging met Leo en zijn ziekte.”

Lieset slaat haar handen voor haar ogen en snikt: “Ik wilde wel, maar ik wist niet hoe!”
Remco staat op en loopt om de tafel heen, pakt haar beet en zegt: “Lieve Lies, Marloes weet dat je wel wilde en ze zag dat je niet wist hoe!” Waarop Lieset haar handen van haar gezicht haalt en terwijl een traan van haar wang drupt, kijkt ze hem met grote ogen en open mond aan en vraagt: “Dat zág ze?”
Remco schiet in de lach, knikt en zegt: “Ja! Gek hè?” En hij vouwt dubbel van het lachen als ze zegt: “Nou ja! Waarom lach je nou?” Al hikkend zegt Remco: “Iets met gezichten en boekdelen!”