(Deel 19) Kritiek

In een serie blogs vertelt Johan Massier over de strijd van zijn zoon tegen leukemie. In het dagelijks leven is Johan coach (www.massiercoaching.nl). Hij richt zich hierbij op drie hoofdthema's: leven, loopbaan en leiderschap.


We hebben een loodzware week achter de rug. Het zou de laatste week voor de grote strijd zijn. Nog even bijkomen en aansterken om vervolgens te beginnen aan de transplantatiekuur. Het is allemaal anders gelopen. Er diende zich opnieuw een ernstige complicatie aan...

“Mam, mam...” Mijn vrouw hoort direct dat Peter in paniek is. Wanneer zij zijn kamer binnen loopt, ziet zij ook waarom onze zoon in paniek is… Hij zit op de rand van het bed met de hand voor zijn mond. Hij heeft overgegeven. De slang van de sondevoeding heeft hij mee naar buiten gekotst. Angstig kijkt hij zijn moeder aan. Wanneer ik boven kom en hem zo zie, schrik ik. Geeft hij bloed over? Terwijl ik het me afvraag, krijgt Peter een hoestbui en zien wij de bevestiging van ons bange vermoeden. Bloed gutst over zijn handen…

Ik bel met de afdeling Hematologie van het VU. De arts die ik spreek laat er geen misverstand over bestaan. We moeten een ambulance laten komen en zo snel mogelijk met Peter naar Amsterdam gaan. Het lijkt uren te duren voordat de ambulance gearriveerd is… Gelukkig neemt de benauwdheid enigszins af en lijkt er een eind te komen aan het overgeven. Ik leg aan het ambulancepersoneel uit dat Peter niet naar het streekziekenhuis kan maar naar het VU moet. Na enig aarzelen, hakt de chauffeur de knoop door: “Naar Amsterdam dus.” Mijn vrouw reist met Peter mee in de ambulance, ik ga er met mijn eigen auto achteraan… Er moet een leger engeltjes met en voor mij gereden hebben. Ik kan me namelijk niets van de rit herinneren. Ik ben helemaal leeg wanneer ik aankom in Amsterdam.

Peter wordt opgenomen. Onderzoek bevestigt de volgende morgen wat we wisten: er sprake is van een ernstige ontsteking. Een antibioticakuur wordt gestart. Erger is dat ook de leukemie terug is. Wanneer wij deze onheilstijding horen, verliezen wij de grip op de grond onder onze voeten. Het voelt alsof zich een tomeloze diepte onder ons opent… Mijn vrouw en ik zitten verslagen aan het bed van onze zoon. Peter lijkt het zelf niet mee te maken. Hij zweeft tussen een onrustige slaap en een beangstigende bewusteloosheid.

Artsen verzamelen zich rond het bed. Hun gezichten staan gespannen. De longarts zegt: “Opereren is de enige optie, denk ik.” De hematoloog antwoordt: “Niet voordat professor Huijgens hem gezien heeft.” De professor wordt opgepiept en stapt al snel de kamer binnen. Als altijd probeert hij eerst contact met Peter te maken. Het lijkt alsof onze zoon even zijn ogen opslaat, maar hij blijkt niet aanspreekbaar. De professor knikt ons even bezorgd toe. Angstig vraag ik mij af of hij ons nog hoop zal geven… Hij opent zijn mond, maar zegt niets. Dan wendt hij zich tot zijn collega's. Er wordt kort overlegd. Ik krijg flarden van het gesprek mee. De longchirurg herhaalt zijn standpunt: “Operatief ingrijpen is de enige optie.” De professor schudt zijn hoofd en fluistert: “Nee. De kans dat deze jongen een operatie overleeft, is nagenoeg nihil.” Er wordt nog wat op en neer gepraat. Ik luister ademloos mee. Godzijdank houdt Huijgens voet bij stuk: “Mijn patiënt, mijn verantwoordelijkheid. Laten we hopen dat de antibiotica nog wat doet.” De artsen verlaten de kamer. Er wordt niet ingegrepen. Als nooit tevoren realiseren wij ons dat het hopen tegen beter weten in is…