(Deel 17) Het regent harder dan ik hebben kan...

In een serie blogs vertelt Johan Massier over de strijd van zijn zoon tegen leukemie. In het dagelijks leven is Johan coach (www.massiercoaching.nl). Hij richt zich hierbij op drie hoofdthema's: leven, loopbaan en leiderschap.


Tijdens een bijeenkomst werd mij gevraagd wat mijn wens was voor het net begonnen jaar. Ik zei: “Ik hoop dat onze zoon weer leert te leven zonder zorgen.” Toen ik de zin uitsprak was deze hoop gegrond: het ging immers heel goed met Peter. Zo had hij de draad van zijn school opgepakt, had hij zijn eerste rijlessen achter de rug en voetbalde hij weer. De vaststelling dat de leukemie terug was, trof ons daarom als een mokerslag. Ik schrijf in een mail aan vrienden en familie: “We zijn onzeker, bang ook. En niet zonder reden. De ziekte waaraan onze zoon lijdt is een ernstige. Omdat hij nog jong is, heeft hij kansen. Goede kansen, blijven de doktoren roepen. Wij houden ons daaraan vast, willen daarin geloven en willen er samen hard voor vechten. Peter is een kanjer van formaat! Hij heeft er weer alle vertrouwen in en is vol goede moed aan zijn nieuwe chemokuur begonnen.”

De realiteit doet al snel een verwoede poging om onze hoop en ons vertrouwen onderuit te halen... Vanaf de eerste dosis is duidelijk dat het gif deze keer een enorme aanslag betekent op Peters gestel. Zijn zo moeizaam opgebouwde conditie gaat zienderogen achteruit en dat is geen wonder... Hij is hondsberoerd, geeft om de haverklap over en is doorlopend aan de diarree. Hierbij komt dat hij bijna niet slikken kan, omdat zijn mond vol blaren zit. Ondertussen zweet hij, als gevolg van een niet aflatende koorts, als een otter. En wanneer hij zijn bed uit moet, kan hij nauwelijks op zijn benen staan omdat zijn voetzolen overgevoelig zijn... En omdat zijn handpalmen en vingertoppen evenzo pijnlijk aanvoelen, is het geven van een hand eigenlijk al niet te doen... 

Het is LIJDEN met hoofdletters en Peter heeft het er zichtbaar moeilijk mee. Hij lijdt in stilte... Peter sluit zich weer af van de buitenwereld en is nauwelijks nog aanspreekbaar. Vooral het gegeven dat hij, die anders nooit om een woord verlegen zit, niet kan en wil praten, maakt het hem en ons extra moeilijk. Hoe lang nog? Hoeveel kan een mens hebben? Hoe diep kan een mens gaan? Het maakt onvoorstelbaar eenzaam. Dat wij elkaar er over en weer niet mee willen lastig vallen, maakt het er vervolgens niet gemakkelijker op en toch weten we ook dit tij niet te keren... Wanneer we denken dat hij uiteindelijk door het dal heen is en langzaam maar zeker de berg weer opkruipt, doen zich nieuwe problemen voor. Levensbedreigende problemen... Longinfecties leiden een dubbele longontsteking in. Vervolgens hoopt zich vocht op achter Peters longen. En wanneer dit weg is, ontwikkelt zich een klaplong... Peter krijgt een flinke dosis antibiotica (tegen de ontstekingen), morfine (tegen de pijn) en zuurstof (om nog een beetje lucht te krijgen. Wij weten dat het nu echt alle hens aan dek is. Peters weerstand is door de chemo immers tot nagenoeg nul gereduceerd. Hij kan eigenlijk niets meer hebben. En het houdt maar niet op...

Ik merk dat ook mijn weerstand breekt... Steeds vaker moet ik weglopen van het bed om op het toilet verderop in de gang hartgrondig te vloeken. Ik begin iets te begrijpen van Jobs jammerklacht. Het voelt zo godverlaten allemaal…

Het regent harder dan ik hebben kan
Harder dan ik drinken kan
Het regent harder dan de grond aankan
Harder dan ik hebben kan