(Deel 7) Ieder voor zich

Johan Massier (www.massiercoaching.nl) is coach. Hij zich richt op vragen die betrekking hebben op drie hoofdthema's: leven, loopbaan en leiderschap. Johan geniet ervan om eraan bij te dragen dat de ander (weer) vanuit persoonlijke kracht en kwaliteit het leven kan inrichten. In zijn blogs gunt Johan ons een kijkje in zijn boeiende werk en leven.


Peter heeft altijd goed kunnen focussen. Zich zo kunnen concentreren op hetgeen hem bezig hield dat hij ‘van de wereld was’. Hij ging dan helemaal op in het spel dat hij speelde, in de (teken)film die hij bekeek, of gewoon in de wereld van zijn fantasie. Hij leek zich op die momenten niet meer bewust te zijn van waar hij was, met wie hij daar was en wat er verder om hem heen gebeurde. Deze eigenschap komt hem goed van pas nu hij op een ziekenzaal ligt met nog vijf andere patiënten. Slechts wanneer een van zijn kamergenoten nadrukkelijk een beroep op hem doet, reageert hij. Wanneer hem gevraagd wordt: “Kun je even een zuster voor me bellen?” doet hij dat. En wanneer hij last heeft van een kamergenoot, reageert hij. “Zuster, kijkt u even naar mijn buurvrouw, zij kreunt zo.” Hij lijkt verder op geen enkele manier geïnteresseerd te zijn in zijn zaalgenoten. Hij sluit zich af voor de wereld om hem heen. Wij leren zo een andere Peter kennen. En dat is wennen...

Met name mijn vrouw kan zich aan zijn gedrag ergeren. “Je bent toch niet alleen op de wereld?” Vriendelijk als altijd, begroet zij bij binnenkomst alle mensen op de zaal. En wanneer zij er maar enige aanleiding toe ziet, vraagt zij of zij misschien ergens behulpzaam mee kan zijn. Zij schudt menig kussen op, haalt glaasjes water, maakt een praatje pot en spreekt een bemoedigend woord wanneer iemand daar behoefte aan lijkt te hebben. Daar kan Peter zich dan weer aan ergeren. “Je komt toch bij mij op bezoek?” Ik spreek er met hem over en ontdek dat een en ander deel uitmaakt van zijn overlevingsstrategie. Door zich totaal op zichzelf – zijn strijd tegen zijn ziekte – te concentreren, wil hij voorkomen dat hij energie verliest aan wat voor hem nu even bijzaken zijn. Zijn handelwijze is voor hem dan ook een logische, de enig denkbare zelfs. Niets mag hem afleiden van wat hij ziet als zijn missie: beter worden. Voor hem heeft dit dan ook niets te maken met egoïsme of ander a-sociaal gedrag.

Het lijkt er ook op alsof hij zijn ziek zijn voor alles beschouwt als een intermezzo. Vervelend maar onontkoombaar. Iets waar je – helaas pindakaas – doorheen moet en dus het beste van moet zien te maken. “Alleen in de wiskunde is min keer min plus. In het gewone leven is het dubbele shit. So why should I bother?!” Peter vraagt zich ook niet af waarom de ziekte hem getroffen heeft. Als het hem gevraagd wordt, antwoordt hij: “Waarom zou het mij niet overkomen? Hebben anderen het dan meer verdiend of zo?” Hij is ziek, en dat is een gegeven waar hij mee te dealen heeft. Daar is hij al zijn energie voor nodig. Hij vindt dat hij het zich eenvoudigweg niet kan veroorloven energie te verliezen aan zinloos  getob. Dat probeert hij dan ook zoveel mogelijk te vermijden. En dat lijkt hem goed af te gaan.