Twee zussen

Namens twee jonge vrouwen die hun moeder hebben verloren,  mag ik het levensverhaal vertellen. Totaal onverwacht overleden. Althans, zo leek het toen ik de informatie kreeg. Nu zijn wij in gesprek en tekent zich langzaam maar zeker af, wat er gebeurd is.

Het verliezen van een dierbare is gecompliceerd. Was de relatie goed, dan heb je verdriet om het verlies, het gemis. Afscheid is definitief. Was de relatie niet goed dan is het vaak nog ingewikkelder. Het verdriet om het onomkeerbare dat de dood betekent, wordt soms vermengd met twijfels. Heb ik het goed gedaan, had ik meer kunnen doen? En het gevoel van boosheid dat je misschien wel voelt jegens de overledene en dat dan weer schuldgevoel met zich meebrengt. Verdriet om dat wat níet was, kan zó intens zijn.

Maar als ik binnenkom, dan weet ik dat nog niet. De beide meisjes, want dat zijn zij in mijn ogen; zij hadden mijn dochters kunnen zijn, vertellen hun verhaal. Eerst gaat het vooral over feiten, wat is er gebeurd en hoe is het leven van moeder verlopen. Gedurende dat verhaal bespeur ik wat onderstromingen. En als we toekomen aan de persoonlijke herinneringen dan wordt het wel duidelijk.

Moeder was vooral erg druk met zichzelf, had een buitengewoon goede relatie met de fles. Die relatie maakte dat alle anderen contacten in het leven bijzaak werden. De kinderen kregen een zware zorg te dragen voor moeder. De oudste dochter had op een bepaald moment voor zichzelf gekozen en het contact beperkt tot het noodzakelijkste. Uit zelfbescherming. De jongste was blijven zorgen voor moeder. Zij moest voor zichzelf zorgen en naast studie en baan ook voor moeder. Zij kwam twee keer per dag langs, bracht een paar keer per week eten, deed de boodschappen en zorgde zo goed mogelijk voor moeder. Zij kon niet anders, voelde zich verplicht. En zij droeg die zorg dus bijna alleen.

En het was een zorg. De gezondheid van moeder ging hard achteruit. Steeds meer leverde zij in. Haar wereld werd steeds kleiner.

Het verhaal kwam maar moeizaam naar voren, want beide dames wilden vooral een positief verhaal over hun moeder horen bij de uitvaart. Ik stelde hen gerust door te vertellen dat ik hen ruimschoots op tijd de toespraak zou mailen, dat zij vrij waren passages te schrappen. Ik moedigde hen aan mij te vertellen hoe het was, ik zou woorden geven aan hun gevoel. Dat is mijn vak. Ik vroeg hen allebei om een mooie herinnering aan hun moeder te noemen. De jongste dochter vertelde dat zij geen mooie herinnering had…haar zus schoot vol. De arm die de ene zus legde om de schouder van de ander, ontroerde mij.

Met genoeg stof tot overdenken ging ik naar huis. De volgende dag benaderde de oudste zus mij. Zij had een gedicht gevonden dat hun moeder vermoedelijk had geschreven na de geboorte van de jongste. Een prachtig gedicht en de naam van de jongste stond erbij. Dat gedicht wilde zij voordragen op de begraafplaats, voor haar jongere zus. Ik was er stil van.

Het werd een prachtig afscheid, met een groot cadeau van de ene zus voor de andere zus. De toespraak was een eerlijk maar warm verhaal. De waarheid verteld, de positieve punten benadrukt. Beide dames waren opgelucht en heel blij met mijn toespraak. Zij konden tevreden terugkijken op een prachtig afscheid van hun moeder. Dat ik daaraan een klein onderdeel heb mogen bijdragen stemt mij blij. Wat een mooi vak.